![]() |
Functiestoornis |
De gewrichtsbanden en het gewrichtskapsel bepalen de bewegingssturing in een gewricht
en zorgen zodanig voor de bewegingsuitslag.
Vanuit de
functionele morfologie is bekend dat het bindweefsel van de gewrichtsbanden en het
gewrichtskapsel op het niet of minder gebruiken van een gewricht (immobilisatie)
reageert
met verminderde sturende eigenschappen.
|
Beweeg uw muis over de eerste afbeelding. De beweging in het gewricht wordt als het ware aan zijn lot over gelaten, waardoor de gewrichtskop de neiging heeft te gaan 'rollen'. Hierdoor kan het gewrichtsoppervlak niet volledig worden benut, met als gevolg dat een deel van de gewrichtskop onbelast blijft. |
|
Beweeg uw muis over de tweede afbeelding. Bij een juiste sturing wordt het volledige gewricht benut en wordt het volledige gewrichtsoppervlak van de gewrichtskop belast. De bewegingsuitslag is in dit geval groter. |
|
Beweeg uw muis over de derde afbeelding. Is een gewricht 'functiegestoord' dan gedragen de bindweefselvezels zich alsof zij slapper zijn geworden en als zodanig minder invloed kunnen uitoefenen op de bewegingen die in het gewricht plaatsvinden. (Oonk) Dit is weergegeven met een geplooide bindweefselvezel. Bij een juiste sturing houdt het bindweefsel de gewrichtskop als het ware in de gewrichtskom waardoor de gewrichtskop een grotere bewegingsuitslag kan maken. De rode pijl geeft deze 'schuif'-beweging aan. |
De Manueel Therapeutische behandeling is erop gericht met behulp van handgrepen (mobilisaties) deze bewegingssturing te beïnvloeden. De uiteindelijke verandering die in het bindweefsel plaatsvindt leidt tot een verplaatsing van de bewegingsassen. Dit wordt bewerkstelligd door het uitvoeren van rustige bewegingen in alle gewrichten.